Rally Car
Facebook Twitter Picasa YouTube
Classic Cars
 
UK NL DE FR
 
Subscribe
 
 
 
RDW Certified
Officially Certified Company
 
 
Merken geschiedenis
 
MG Triumph Austin Healey Jaguar Porsche Ford
 
MG Cars

MG stond voor Morris Garages, die in eerste instantie een dealer was voor Morris en ook eigendom was van William Morris, en later Lord Nuffield.

Toen Cecil Kimber general manager werd in 1922 begon het bedrijf met aanpassingen aan de standaard Morris Cowleys zoals het verlagen van het chassis en het aanbrengen van een meer sportieve carrosserie.
Geschiedenis
In 1924 adverteerde Morris Garages met de "MG Special four-seater Sports" en had het het beroemde achthoekige logo in gebruik genomen.
Morris Garages ontgroeide zijn onderkomen driemaal voordat ze verhuisden naar Abingdon in 1929 en werd het bedrijf hernoemd naar de MG Car Company. Tijdens de eerste jaren dertig werd de naam MG synoniem met de term "sports car". Hun auto's werden gepromoot door succesvolle race wedstrijden. Met name met de 6 cilinder modellen werden opmerkelijke resultaten behaald. In 1935 verkocht William Morris al zijn privébedrijven aan Morris Motors.
Puristen zijn niet blij met deze stap omdat in hun ogen MG nooit meer hetzelfde zou zijn. Minder modellen, minder racewedstrijden waaraan meegedaan werd en de MG badge die op niet MG modellen werden geplaatst zoals de Morris Oxford en 1300. Realisten echter geven aan dat zelfs na Kimbers dood in 1945 betaalbare sportauto's werden gemaakt en verkocht zoals de TC, MGA, Midget en MGB. De werkelijke doodsteek kwam volgens hen door het management van British Leyland, dat de naam in de jaren 70 verkwanselde.
De productie van MG auto's in Abingdon werd gestaakt in 1980. Van 1982 tot 1990 waren de auto's niets anders dan herlabelde en getunede Maestros, Montegos en Metros. MG enthousiasten werden in 1992 verblijd met een nieuwe RV8 en de latere MGF welke meer op de oude leest geschoeid zijn.
In 2005 ging moederbedrijf Rover failliet, waarmee ook het doek voor MG viel. In 2006 maakte de Chinese autobouwer Nanjing Automotive Group bekend dat het onder meer de MG TF weer gaat produceren, in zowel China als het Verenigd Koninkrijk. Op 29 mei 2006 rolden de eerste geassembleerde MG TF's weer van de band in Longbridge. De Chinese eigenaren hebben de betekenis van MG veranderd in Modern Gentleman. Maar vanwege kritiek is de betekenis terug veranderd naar Morris Garages.
 
Triumph Cars

Triumph is een voormalige autofabrikant die in 1897 werd opgericht door Siegfried Bettmann en Moritz Schulte.

Zij maakten toen fietsen te Coventry in het toenmalige Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland. Sinds 1984 worden er geen auto's meer gemaakt van het Triumph merk, de merkrechten zijn sinds 1994 van BMW.
Geschiedenis
In 1921 kocht Triumph Dawson Car Company op en begon men een 1.9 liter model te produceren dat Triumph Light Car heette. Tot aan De Grote Depressie in 1929 werden nog enkele andere modellen gemaakt. Daarna viel de productie volledig stil.
In de jaren '30 werd de naam veranderd in Triumph Motor Company en in 1934 werd Donald Healey aangesteld als experimenteel directeur. Deze kocht een Alfa 2.3 en ontwikkelde daaruit de Alfa/Triumph Dolomite. Tevens werden de fiets- en motorfietsafdelingen verkocht in 1936 om het aparte bedrijf Triumph Engineering Company te worden. De nieuwe eigenaar was Jack Sangster, die ook het merk Ariel leidde.
In 1939 werd het bedrijf verkocht aan T.W. Ward die Healey aanstelde als algemeen directeur. Even later kwam de productie tot een gedwongen stilstand toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. In de loop van 1944 ging Triumph failliet.
Na de Tweede Wereldoorlog
De restanten van Triumph werden verkocht aan Standard Motor Company dat er modellen bouwde onder de naam Standard Triumph. Later werd dat wederom Triumph.
In 1953 verscheen de TR2 op de markt. Een vooruitstrevende sportwagen die gevolgd werd door de succesvolle reeks TR3, TR4, TR5, TR6, TR7 en tenslotte de TR8. Een tweede lijn sportwagens werd gevormd door de Spitfires en de GT6. Daarnaast werd er ook nog een luxe sportwagen gemaakt: De 8 cilinder Stag
Naast sportauto's werd er ook een reeks gezinsauto's gebouwd die bestond uit de modellen; Herald, Vitesse en de 2500
In 1960 fuseerde Triumph met Leyland Motors. In de twee daaropvolgende decennia bouwde Triumph een reeks, in potentie, succesvolle wagens, waaronder de geavanceerde Triumph Dolomite Sprint die reeds in 1973 een 4 cilinder motor met 16 kleppen had. Helaas waren de Triumph's uit die tijd onbetrouwbaar door problemen met brandstofinjectie en lage bouw kwaliteit. Daardoor moest men de verkoop uiteindelijk staken.
Het einde
Het laatste model van Triumph was de Acclaim uit 1981 die in een joint venture met het Japanse Honda werd gebouwd. In 1984 verdween de naam Triumph toen het model door de Rover 200 werd vervangen. Die Rover zelf was feitelijk een Honda Civic met het Rover-embleem.
Momenteel
Momenteel is de merknaam Triumph in het bezit van BMW die het verkreeg toen het Rover opkocht in 1994. Toen Rover in 2005 weer verkocht werd aan het Phoenix Consortium hield BMW de naam Triumph.
 
Austin Healey Cars

Austin is een Brits automerk van "The Austin Motor Company Ltd.", Longbridge, Birmingham, England.

Het merk fuseerde met Morris in 1952 tot de British Motor Corporation (BMC) BMC fuseerde tot British Leyland (BL), welke in 1982 werd omgevormd tot de Austin-Rover group.
Geschiedenis
Herbert Austin werd in 1866 geboren in het Britse Little Missenden (Buckinghamshire) Zijn vader was een eenvoudige boer. Met een oom trok hij naar Australië waar hij werkte als leerling in de metaalgieterij. Later ontmoette hij in Australë Frederick York Wolseley. Wolseley was onder de indruk van de Brit en leende hem geld. In zijn leerlingjaren had hij een behoorlijke technische ervaring en ontwikkelde een tondeuse voor het schapenscheren. Nadat hij daar een aantal octrooïen op had gekregen ging hij terug naar het Verenigd Koninkrijk. In Wolseleys fabriek in Birmingham vervaardigde men scheermachines, werktuigen voor in de fabriek en fietsen. In 1895 construeerde hij een automobiel, de eerste Wolseley. Het was min of meer een gemotoriseerde driewielige fiets. Hij verliet Wolseley en richtte in 1905 de Austin Motor Company op. In 1906 maakte hij 100 auto's per jaar en in 1914 had hij 2000 werknemers en maakte al meer dan 1000 auto's per jaar. In 1922 werd de eerste Austin Seven gemaakt. Deze auto werd in licentie gemaakt door onder meer het Duitse BMW, het Franse Rosengart, het Japanse Datsun en het Amerikaanse Bantam. Van 1919 tot 1924 zetelde Austin in het parlement. Hij kreeg de titel van baron. Sir Austin kreeg drie kinderen en overleed in 1941.
Na de oorlog bouwde men onder meer de A40 (4 cilinder 1200cc) en A60 (4 cilinder 1622cc), vrij populair in die tijd. Na de dreigende energiecrisis in 1956 werd Sir Alec Issigonis gevraagd een nieuwe kleine auto te ontwerpen. Dit werd de Mini, verkocht bij Austin als de Austin Seven. De ideeën die bij deze auto werden opgedaan, zoals de voorwielaandrijving en de dwars geplaatste motor, werden overgenomen in de grotere Austin 1100, Austin 1800, de Maxi en later ook de Allegro en Metro. Toen in 1982 van het eens zo grote British Leyland eigenlijk niets meer over was, en werd hernoemd in de Austin-Rover group. Austin diende in deze constructie als "budget"merk, maar aanhoudende kwaliteitsproblemen deden het merk de das om. De laatste Austin liep in 1987 van de band. De fabriek in Longbridge werd tot het faillissement van Rover in 2005 gebruikt, in latere jaren was het de enige Rover fabriek.
Geproduceerde typen
* Austin A125 Sheerline
* Austin A135 Princess
* Austin Allegro
* Austin 1100 Glider
* Austin 1800 Balanza
* Austin AS3
* Austin A 30
* Austin A 35
* Austin A 40 Mk II
* Austin A40 Somerset
* Austin A 60 Cambridge
* Austin Champ
* Austin Healey Sprite MK III
* Austin Healey 3000
* Austin K2
* Austin K5
* Austin Maestro
* Austin Metro
* Austin Seven (Mini)
* Austin Seven Cooper (Mini Cooper)
* Austin Seven Cooper "S"
* Austin Vanden Plas Princess 1100
Austin als merknaam stopte in 1987, geen van bovenstaande auto's wordt nog gemaakt.
Vele van deze zijn in handen van verzamelaars.
 
Jaguar Cars

Jaguar Cars is een autofabrikant uit Engeland die zich toelegt op de productie van luxe auto's.

De Ford Motor Company heeft Jaguar Cars in december 1990 overgenomen, en het merk - naast Volvo personenauto's, Land Rover en Aston Martin - ondergebracht in de Premier Automotive Group. In 2007 werd het merk samen met Land Rover ondergebracht bij de Indiase autofabrikant Tata.
Geschiedenis
In 1922 richtte William Lyons de 'Swallow Sidecar Company' op in het Engelse Blackpool. Dit bedrijf hield zich voornamelijk bezig met de productie van zijspancombinaties voor motorfietsen.
Vijf jaar later zou de overstap gemaakt worden naar carrosseriebouw, omdat met de opbouw van een aluminium carrosserie op het bestaande chassis van de Austin Seven een grote order werd binnengesleept. Een en ander nam zo'n vlucht dat William Lyons besloot zijn bedrijf meer centraal te vestigen, waarna in 1928 een verhuizing volgde naar het Engelse Coventry.
In de jaren dertig verschenen diverse modellen onder de naam 'Silver Swallow' (onder andere de SS I en de SS II). Het accent kwam hierbij steeds meer te liggen op snelheid en luxe.
Met een compleet nieuwe lijn van sedans en sportwagens deed in 1935 de naam 'Jaguar' voor het eerst zijn intrede. Voor Jaguar betekende deze periode ook de aanvang in de autosport. Zo werd in 1936 de RAC Rally gewonnen door een SS 100.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog lag Coventry hevig onder vuur, en het zou dan ook tot 1948 duren voordat een nieuw voertuig geïntroduceerd werd. Deze Jaguar Mk V zou echter een belangrijke rol spelen in de wederopbouw van het merk.
Ten behoeve van een ruimere productiecapaciteit werd in 1960 Daimler ingelijfd in de firma.
Na tal van successen in de autosport met de Jaguar C-type en Jaguar D-type stelden de heren uit Coventry in 1961 de legendarische Jaguar E-type voor aan het publiek. Een model dat in 1966 navolging vond met een ruim 25 cm langere 2+2 versie.
In 1988, drie jaar na het overlijden van William Lyons, won Jaguar met de Jaguar XJR-9LM de 24 uur van Le Mans. Met aan het stuur onder anderen de Nederlander Jan Lammers.
Modellen
* Jaguar Mk 2
* Jaguar Mk V
* Jaguar S
* Jaguar Mk VII
* Jaguar Mk VIII
* Jaguar Mk IX
* Jaguar Mk10
* Jaguar C-type
* Jaguar D-type
* Jaguar E-type
* Jaguar XJ
* Jaguar XJS
* Jaguar X-type
* Jaguar XJR-9LM
* Jaguar XJ220
* XK8/XKR
* Jaguar XK/XKR-series
 
Porsche Cars
Porsche (Porsche Automobil Holding SE) is een Duits fabrikant van sportauto's, opgericht in 1931 door Ferdinand Porsche, tevens de ontwerper van de eerste Volkswagen.
Het bedrijf is gevestigd in Zuffenhausen, onder de rook van Stuttgart.
Er is nog een ander bedrijf genaamd Porsche Consulting GmbH. Dit bedrijf heeft vele jaren haar diensten aangeboden aan andere autoproducenten. Studebaker, Seat, Lada, Daewoo en Subaru hebben allen gebruikgemaakt van de kennis van Porsche voor het ontwikkelen van hun auto's.
Het hoofdkantoor en de fabriek zijn gevestigd in Zuffenhausen, maar voor de Cayenne en Carrera GT is een nieuwe fabriek gebouwd in Leipzig. Een gedeelte van de Boxster productie wordt bij Valmet Automotive in Finland gedaan.
Geschiedenis
Voor de eerste Porsche, de Porsche 64 uit 1938, werden veel onderdelen van de KdF-Wagen gebruikt. De tweede, de Porsche 356 uit 1948, werd in eerste instantie gebouwd in Gmünd, Oostenrijk, waar het bedrijf naar toe was gevlucht tijdens de oorlog. Na de productie van 49 auto's, verhuisde het bedrijf terug naar Zuffenhausen. Veel mensen beschouwen de 356 als de eerste echte Porsche, eenvoudigweg omdat het het eerste model was dat werd verkocht door het jonge bedrijf. Ferdinand Porsche werkte met zijn zoon Ferry samen aan het ontwerp van de 356 maar overleed kort nadat het eerste prototype was gebouwd. Net als bij de 64 gebruikte de 356 veel onderdelen van de Kever, waaronder de ophanging, versnellingsbak en de verbrandingsmotor. Gedurende de productie evolueerde het model en werden veel VW-onderdelen vervangen door eigen Porsche onderdelen. De laatste modellen werden voorzien van 100% Porsche ontworpen motorblokken. Het koetswerk werd ontworpen door Erwin Komenda, die ook het ontwerp van de Kever op zijn naam heeft staan.
In 1963, na successen in de autosport, lanceerde het bedrijf de Porsche 911. Weer een luchtgekoelde auto, met de motor achterin. De motor was dit keer een 6 cilinder boxermotor. Deze auto, die nog steeds in productie is, is het meest bekende model van Porsche. Het is succesvol op het circuit, bij rally's en ook in de verkoopstatistieken. Een goedkoper alternatief, zelfde carrosserie met de 4 cilinder motor van de 356, werd verkocht als de Porsche 912. Opmerkelijk detail is het publieke geheim dat de Porsche 911 en 912 oorspronkelijk de naam 901 respectievelijk 902 hadden gekregen.Deze namen waren gekozen omdat Porsche in die dagen nauw samenwerkte met Volkswagen en Porsche een naam wilde die aansloot bij de nummering van Volkswagen. Toen een van de Porsche protoypes in 1963 op de autosalon van Parijs verscheen, werd Porsche gebeld door de juridische afdeling van Peugeot, met de mededeling dat Peugeot al sinds 1929 drie cijfers met een nul in het midden gebruikte als type-aanuiding. Als Porsche in Frankrijk auto's wilde verkopen, moest zij de naam aanpassen. Gezien de grootte van de Franse markt voor Porsche, heeft zij de naam toen aangepast. Wel waren er toen al 49 auto's gebouwd van het type 901. De officiële naamsverandering kwam op 10 november 1964 met chassisnummer 300 049. Opmerkelijk genoeg bleef Porsche de nul in het midden wel gebruiken voor de race versies, zonder dat Peugeot hier bezwaar tegen maakte.
Porsche heeft altijd nauwe banden gehad met Volkswagen. Dit kwam doordat Ferdinand Porsche voor Kraft durch Freude de KdF-Wagen (de latere Volkswagen Kever) had ontwikkeld. De eerste Porsches gebruikten veel VW-onderdelen, zoals hierboven vermeld. In 1969 werkten de twee bedrijven samen om de VW-Porsche 914 te bouwen. Er kwamen twee motor-types uit. De 914/4 en de 914/6, waarbij de toevoeging het aantal cilinders aangaf. De 4-cilinder werd door VW aangeboden en de 6 cilinder door Porsche. In 1976 ging de samenwerking verder bij de Porsche 924. De 924 was eigenlijk bedoeld als VW's top-model sport coupe. VW vroeg Porsche de auto te ontwerpen op basis van een bestaande Audi 4 cilinder. (Audi is een onderdeel van de van Volkswagen Group.) Het ontwerp bestond dus ook uit veel VW en Audi onderdelen, doch was wel een echt Porsche-ontwerp. VW besloot echter het project te stoppen vanwege bezorgdheid over de opkomende olie-crisis. Porsche zag het model echter wel zitten, en kocht het ontwerp voor 100 miljoen DM, maar besteedde de productie uit aan de VW-fabriek in Neckarsulm, op beperkte afstand van Porsche's eigen Stuttgart. Porsche zou dus eigenaar worden van het ontwerp, maar VW zou hem bouwen. Uiteindelijk bleek Porsche de zaak goed ingeschat te hebben, want de auto werd een enorm verkoopsucces en redde Porsche van de financiële ondergang.
Maar de samenwerking ging verder. De Porsche 944, bedoeld als opvolger van de 924 was een 100% Porsche-ontwerp, maar de productie werd vanwege kostenefficiëntie uitbesteed aan Audi. Uitzondering daarop was het motorblok dat kant en klaar afgeleverd werd door Porsche en alleen in de Audi-fabriek gemonteerd hoeft te worden. Voor de 944 Turbo en Cabriolet, maakte Porsche echter een uitzondering. Deze had een iets ander chassis en werd daarom volledig in eigen beheer geproduceerd. Maar ook vandaag is de goede band nog steeds aanwezig. De Porsche Cayenne, verschenen in 2002, maakt gebruik van hetzelfde chassis als de VW Touareg. Dit chassis wordt gebouwd in de Škoda fabriek in Bratislava. (Naast Audi is ook Škoda in het bezit van Volkswagen.)
Een van de meest opvallende auto's van Porsche is wellicht de 928. Nog voor de 924 was Porsche echter al van plan af te stappen van het concept van een luchtgekoelde motor die achterin zou liggen. In 1971 begon Porsche daarom aan het ontwerp van een luxe maar daardoor zeer zware Grand Turismo met een krachtige watergekoelde V8 motor die bovendien voorin lag. Het was oorspronkelijk zelfs de bedoeling dat het zelfs de 911 zou moeten vervangen. Toen in 1977, na vertraging door de opkomende olie-crisis, de eerste 928 gepresenteerd werd (als 1978 model) kreeg hij zelfs de titel 'Auto van het Jaar', hetgeen ongehoord was voor een sportwagen. Uiteindelijk werd de productie van de 928 pas in 1995 gestopt, waardoor het na de 911 het langst geproduceerde Porsche model ooit geworden was.
In 2004 werd begonnen met de productie van de Porsche Carrera GT. In 1996 is de Porsche 911 GT1 in een oplage van 25 stuks geproduceerd, deze kosten toen EUR 790.000 excl. BPM. Dit is tot aan vandaag de duurste straatversie van Porsche.
In het najaar van 2009 werd de Porsche Panamera op de markt gebracht. De auto is een vierdeurscoupé met een lengte van 4,97 meter. Met de komst van de Panamera blijkt de onderneming een trend af te geven op het gebied van auto's produceren buiten het gewoonlijke marktsegment om, immers de Porsche Cayenne zorgde bij zijn komst in de markt ook voor wat opschudding.
 
Ford Cars
Ford Motor Company is een Amerikaans automobielconcern dat onder andere auto's bouwt onder de eigen naam Ford, die wereldwijd verkocht worden.
Daarnaast omvat het bedrijf Amerikaanse luxemerk Lincoln. Het Amerikaanse merk Mercury werd met ingang van 4 januari 2011 opgeheven.
Land Rover en Jaguar behoorden enige tijd tot het concern maar zijn in 2008 in handen van Tata overgegaan. Ford is voor 13% eigenaar van het Japanse Mazda. In 2010 was het concern de op vier na grootste autobouwer ter wereld.
Sinds 2009, nettowinst USD 2,8 miljard, en 2010, nettowinst USD 6,6 miljard, maakt Ford weer winst na jaren nettoverlies.
Ford had in 2010 wereldwijd ongeveer 164.000 werknemers en 70 fabrieken. Het bedrijf heeft ruim 24.000 verkooppunten. In 2010 verkocht Ford 5,3 miljoen voertuigen.
Geschiedenis
Voorgeschiedenis
Henry Ford werd in 1863 geboren. Hij raakte gefascineerd door machines toen hij met een stationaire stoommachine leerde werken. Na verschillende banen in die sector werd hij in 1891 ingenieur bij de Edison Illuminating Company. Twee jaar later promoveerde hij daar tot hoofdingenieur. Ford begon te experimenteren met benzinemotoren en kreeg eind 1893 een ééncilindermotor aan het draaien. Die motor demonstreerde Henry op het aanrecht in de keuken aan zijn vrouw Clara. Op 4 juni 1896 voltooide hij zijn eigen quadricycle waarna hij al meteen de eerste - nachtelijke - testrit maakte.
In 1899 richtte Ford samen met andere investeerders de Detroit Automobile Company op. Het bedrijf ging al in 1900 failliet na een geringe autoproductie. Een jaar later kwam er een doorstart met Henry Ford aan het roer. Hij hernoemde het bedrijf tot Henry Ford Company. Drie maanden later ging het bedrijf alweer failliet waarop Ford en verschillende andere partners vertrokken. Na een nieuwe doorstart zou dat bedrijf uiteindelijk Cadillac worden.
Het begin
Op 16 juni 1903 richtten Henry Ford en elf investeerders de Ford Motor Company in Michigan op met een startkapitaal van $ 28.000. Henry Ford ruilde de plannen van zijn auto en de 17 patenten tegen 255 aandelen en werd hoofdingenieur en ondervoorzitter. De autoproductie begon in een omgebouwde wagenfabriek in Detroit met 10 werknemers die een paar exemplaren per jaar produceerden. Het eerste model was de Ford Model A die $ 750 kostte. Ford richtte zich op auto's voor de gewone man tegen betaalbare prijzen. Ford introduceerde ook de mogelijkheid extra's toe te voegen tegen meerprijzen. Zo bood hij een optioneel lederen dak aan voor $ 50. Op 17 augustus 1904 opende Ford zijn eerste buitenlandse vestiging. Ford Motor Company of Canada begon in 1905 in een kleine nieuwe fabriek in Walkerville (Ontario) te produceren.
Reeds in 1906 groeide Ford uit tot de grootste autobouwer van de Verenigde Staten. Henry Ford werd algemeen directeur en grootaandeelhouder. Op 1 oktober 1908 introduceerde het bedrijf de succesvolle Ford Model T. Het model werd eerst in de fabriek in Piquette gemaakt. In 1910 verhuisde de productie naar een veel grotere fabriek in Highland Park. De legendarische Model T zou uiteindelijk één van de succesvolste automodellen ooit worden. De productie eindigde pas in 1927 na 15.458.781 wereldwijd gebouwde exemplaren.
Innovatie
Op 7 oktober 1913 werd de fabriek in Highland Park omgeschakeld naar een bewegende assemblagelijn. Het chassis werd door werknemers op een slede door de fabriek getrokken. Later werden de sleden vervangen door karretjes op rails en mechanisch getrokken. Dit was niet de eerste lopende band, maar wel de eerste keer dat een volledige fabriek met het systeem werkte. De productietijd van een chassis daalde ermee van 12 uur en 30 minuten tot 2 uur en 40 minuten. In 1914 was de totale productietijd van een auto teruggebracht tot 1 uur en 33 minuten. De vernieuwingen werden echter niet door iedereen geapprecieerd en Ford had een hoog personeelsverloop.
Op 5 januari 1914 loste Ford het probleem van het personeelsverloop op door de lonen te verdubbelen tot $ 5 per dag (hierover bestaan ook andere verklaringen; zie bv. Dodge), de diensten met één uur in te korten tot 8 uren, en de invoer van de 40-urige werkweek. Door die maatregelen steeg de productiviteit per werknemer en daalde het personeelsverloop waardoor de kostprijs per auto daalde. Dit maakte het Ford mogelijk om zijn prijzen steeds verder te verlagen. Het bedrijf zette ook een netwerk van dealers (NL)/verdelers (V) op die gebonden waren aan zijn merk.
Tegen het einde van 1913 had Ford een marktaandeel van 50% in de VS, en in 1918 was de helft van de voertuigen op Amerikaanse wegen een Ford Model T. Een groot nadeel van de Ford T was dat je er niet vooruit een helling mee kon oprijden, vanwege de slecht geplaatste benzinetank. Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende het Model T ook als basis voor enkele militaire voertuigen.
Uitbreiding
In 1919 kwam Edsel Ford, Henry Fords zoon en enig kind, aan het hoofd van het bedrijf. Zijn vader bleef wel bij de besluitvorming betrokken. Ondertussen verloor Ford geleidelijk terrein aan General Motors. GM en buitenlandse merken hadden modernere en luxere modellen in de aanbieding dan de uit 1908 stammende Model T van Ford. Ford had een modern productieproces maar een conservatief management dat de vraag naar duurdere luxe modellen negeerde. Terwijl Ford uitsluitend de goedkope T aanbood, had GM een auto in elke prijsklasse. Bovendsien konden klanten de duurdere modellen ook op krediet kopen. Ford wees die vorm van financiering aanvankelijk af omdat die slecht zou zijn voor de klant en uiteindelijk zelfs de hele economie kon schaden. Vanaf december 1927 werd krediet toch mogelijk bij aankoop van een Ford Model A. De tweede Model A (de eerste dateerde van 1903) werd op 2 december 1927 gelanceerd als opvolger van de Model T. De fabrieken van die laatste hadden 7 maanden stilgelegen voor de conversie. De A werd uiteindelijk een succes en tot 1932 werden zo'n 5 miljoen exemplaren gebouwd.
In 1922 nam Ford de Lincoln Motor Company over om toch een plek te veroveren in de markt van luxeauto's. Dat was Lincoln zelf daarvoor overigens nog niet gelukt. In 1921 was de fabriek met de eerste Lincoln met V8 motor gekomen, die het voor die tijd forse bedrag van $ 4600 moest kosten (tegen circa $ 300 voor een Ford). Als gevolg van de economische recessie die toen heerste, kwam de verkoop niet van de grond. Henry Ford zag wat in het bedrijf en nam het voor $ 5 miljoen over. De belangrijkste concurrent van Lincoln was Cadillac. Hiermee concurreerde het ook voor de levering van presidentiële limousines in de VS. In 1939 richtte Ford zelf het merk Mercury op om ook een middenklasse auto te kunnen leveren. De leiding over de Lincoln-fabriek gaf Henry aan Edsel, zodat ze elkaar niet zo voor de voeten liepen.
De Tweede Wereldoorlog
Toen de Verenigde Staten de Europese geallieerde landen begonnen te steunen tegen Nazi-Duitsland verwees president Roosevelt naar Detroit als het arsenaal van de democratie. Hiermee doelde hij op de vele autofabrieken in die stad die omgebouwd werden tot wapenfabrieken. Zowat alles, van kanonnen en tanks tot vliegtuigen, werd er gemaakt.
Als pacifist zag Henry Ford oorlog als tijdverlies en hij wilde ook geen winst maken door eraan mee te werken. Dat veranderde pas met de Japanse aanval op Pearl Harbor van 7 december 1941.
Op 1 maart 1941 begon Ford met de productie van Jeeps voor het Amerikaanse leger in zijn River Rouge-fabriek. De civiele productie bleef daarnaast nog gewoon verder gaan tot 1 februari 1942. Daarna schakelde het bedrijf volledig over op oorlogsproductie.
Begin 1943 stierf Edsel Ford aan maagkanker, waarop Henry Ford opnieuw directeur werd.
Vanaf augustus 1943 begon Ford ook met de massaproductie van de B-24, een vliegtuig van Consolidated Aircraft, dat één exemplaar per dag kon bouwen in een vliegtuigfabriek. Ford bouwde er één per uur en op het hoogtepunt 600 per maand in diensten van 24 uur. Speciaal hiervoor werd de Willow Run-fabriek gebouwd die momenteel in handen van General Motors is.
De oorlogsproductie liep tot 28 juni 1945 en op 3 juli van dat jaar werd de civiele productie hervat.[13] Ford had op dat moment 287.000 Jeeps, 8685 B-24 Liberator bommenwerpers en 5700 vliegtuigmotoren geproduceerd.
Na de Tweede Wereldoorlog
In 1945 werd Henry Fords kleinzoon, Henry Ford II, de nieuwe directeur. Henry I was slechts even directeur geweest omdat Edsel stierf in 1943 terwijl Henry II in de oorlog vocht. Henry Ford I stierf op 7 april 1947. Op 9 november 1960 werd Henry Ford II CEO en werd zijn directeurspositie overgenomen door Robert McNamara. Vijf weken later werd die door de net verkozen president John F. Kennedy aangesteld als hoofd van het ministerie van defensie. McNamara was de eerste directeur van buiten de Ford familie. Hij was voor een groot deel verantwoordelijk voor Fords uitbreiding en succes in de naoorlogse periode.
Begin jaren '50 had Ford nog steeds zo'n 43% van de Amerikaanse automarkt in handen. In de midden- en topklasse, waarin respectievelijk de Mercury en Lincoln zich bevonden, had Ford een aandeel van slechts 13%. Henry Ford II bedacht dat Ford een nieuw topmodel nodig had. Op 7 april 1955 werd het plan daartoe, dat de toepasselijke naam The Big Plan kreeg, goedgekeurd. De nieuwe auto kreeg de voorlopige naam E-Car. De divisie Special Products werd opgericht om hem te bouwen. Niet veel later kreeg de auto zijn definitieve naam Edsel, ter ere van Henry Fords overleden zoon. Terwijl de Edsel in volle ontwikkeling was kregen Fords modellen voor 1956 een aantal nieuwigheden waaronder de eerste veiligheidsgordel.
De Edsel werd uiteindelijk gelanceerd op 4 september 1957. Net op dat moment verkeerde de Amerikaanse economie in een recessie. De uitrusting van de auto werd door Consumer Reports bovendien omschreven als niet meer dan gadgets en de wegligging werd als zeer slecht ervaren. De Edsel werd nauwelijks verkocht en werd in november 1960 van de markt gehaald. Ford verloor zo'n $ 350 miljoen (in toenmalige geldwaarde) aan het project.
De beursgang
Op 17 januari 1956 deed Henry Ford II wat zijn grootvader nooit had willen doen. Hij bracht Ford naar de beurs. 10,2 miljoen aandelen kwamen op de markt en brachten meer dan $ 600 miljoen op. Ongeveer 8% van de aandelen was gereserveerd voor individuele investeerders. In één klap had Ford zo'n 350.000 nieuwe eigenaars. De familie Ford bleef ongeveer 40% van de aandelen in handen houden.
Ford kwam de mislukking van de Edsel weer te boven met de introductie van de compacte Ford Falcon in 1960 en de intussen legendarische Ford Mustang in 1964. In 1967 werden de Europese afdelingen in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk - Ford Frankrijk was in 1954 reeds verkocht aan Simca - samengevoegd tot Ford of Europe. De verschillende Europese afdelingen maakten tot dan hun eigen modellen. Met de introductie van de Ford Escort in 1968 veranderde dit.
De eerste samenwerking van Ford met het Japanse Mazda kwam al in 1969 tot uiting in een joint-venture voor de productie van automatische versnellingsbakken. In 1979 nam Ford een belang van 25% in het Japanse merk. Beide bedrijven begonnen met samenwerking op verschillende vlakken, waaronder de productie van modellen in elkaars fabrieken en de bouw van gezamenlijke modellen. In 1996 verhoogde Ford zijn aandeel in Mazda tot 33,4%.
Achteruitgang
De jaren '70 begonnen goed voor Ford. In 1970 realiseerde het bedrijf een recordomzet van $ 15 miljard. Ondertussen begonnen geïmporteerde merken terrein te winnen. Europese en vooral Japanse kleine auto's wonnen steeds meer aan populariteit op de grote Amerikaanse. Zeker na de oliecrisis van 1973 werd dit een trend.
Ford wilde daarom ook een kleine auto. Dat model, de Ford Pinto, werd in 1971 geïntroduceerd. De Pinto begon heel sterk, tot bleek dat bij een aanrijding aan de achterzijde de benzinetank kon ontploffen. Ford had de goedkope Pinto zo snel op de markt willen brengen dat het probleem niet was opgelost. De auto werd bekend als Amerika's dodelijkste auto (door Mother Jones magazine) en in 1978 riep Ford 1,5 miljoen Pinto's terug naar de fabriek. De productie van het model werd in 1980 gestopt.
Intussen was het tij allang gekeerd voor Ford. In 1982 maakte het bedrijf $ 1,5 miljard verlies. Daarop verbeterde de economie weer en in 1984 kon Ford het tij opnieuw keren met een winst van $ 2,9 miljard. In 1986 behaalde het bedrijf met $ 3,3 miljard winst voor het eerst sinds 1924 betere resultaten dan grote concurrent General Motors.
Toch kwam die ommekeer niet vanzelf. Ford had zichzelf een nieuwe filosofie van kwaliteit aangemeten met de slogan quality is job one. Tussen 1980 en 1987 werden 15 fabrieken, waaronder drie Noord-Amerikaanse assemblagefabrieken, gesloten en gingen 50.000 banen verloren. Ford kwam ook met een nieuwe stijl met afgeronde vormen waarvan de Ford Taurus uit 1986 de eerste vrucht was. Die Taurus staat ook als een mijlpaal in de Amerikaanse auto-industrie als de eerste Amerikaanse wereldauto. De productie werd in 2006 beëindigd na meer dan 7.000.000 exemplaren.
Nieuwe merken
In 1985 lanceerde Ford het nieuwe merk Merkur in een nieuwe poging om Europese modellen te verkopen op de Amerikaanse markt. Dat was in de jaren 1970 al geprobeerd - en gelukt - met de Ford Capri. Het woord Merkur is het Duitse woord voor Mercurius en de auto's werden geassembleerd door Ford Europa in Duitsland. Het merk heeft slechts twee modellen verkocht in Noord-Amerika: de Merkur XR4Ti, - in Europa de Ford Sierra - en de Merkur Scorpio (Ford Scorpio). Beide modellen waren zeer succesvol op de Europese markt maar werden in Amerika slecht verkocht. Merkur werd in 1989 weer stopgezet. Voor het falen worden verschillende redenen aangegeven: de moeilijk uitspreekbare naam - de reclamemakers drongen aan op het gebruik van de correcte Duitse uitspraak merkoer -, de in Amerika ongewone vormgeving van de auto's en de wisselkoersschommelingen tussen Duitsland en de VS.
In 1987 nam Ford een meerderheidsbelang in het Britse sportwagenmerk Aston Martin. Daarmee werd niet bepaald een winstmaker in huis gehaald, maar wel een prestigemerk. Aston Martin was in het verleden al drie keer failliet gegaan en produceerde in 1992 bijvoorbeeld slechts 42 auto's. In 1994 werd Ford volledig eigenaar en daarna begon het de goede kant op te gaan. In 2005 werden 4400 exemplaren verkocht en werd voor het eerst in zo'n 40 jaar winst gemaakt. Het merk wil uiteindelijk aan 5000 stuks per jaar komen. Toch werd Aston Martin in 2006 te koop gezet om Fords rode cijfers te compenseren.
In 1989 nam Ford Jaguar - nog een Brits prestigemerk - over. Ford liet het hele bedrijf doorlichten en het hele gamma werd herzien. De productiekwaliteit, die de voorgaande jaren niet al te best was geweest, begon ook te verbeteren. Onder andere bij het vlaggenschip, de XJ, was dit te zien. Desondanks heeft Jaguar sinds de overname nooit winst gemaakt en het is eind 2007 weer van de hand gedaan.
Recent
Op 30 december 1987 nam de Park Ridge Corporation, een bedrijf opgericht door Ford, het autoverhuurbedrijf The Hertz Corporation over. In 1993 fuseerden die twee en een jaar later werd Hertz overgenomen door Ford dat 54% in handen kreeg. In 1997 bracht Ford 19% van Hertz naar de beurs. In maart 2001 werden 18,5% van die aandelen terug gekocht. In december 2005 werd Hertz voor $ 5,6 miljard (€ 4,4 miljard) verkocht aan een groep Amerikaanse investeringsmaatschappijen. Met inbegrip van een schuldenberg van $ 9,4 miljard (€ 7,4 miljard) is de verkoop $ 15 miljard (€ 11,8 miljard) waard. Ford wilde met de verkoop geld in het laatje brengen en een niet-kernactiviteit afstoten.
Begin jaren '90 stond Ford ook aan de basis van de Sports Utility Vehicle. De Ford Explorer uit 1991 was 12 jaar lang de best verkochte SUV in de VS. Die Explorer was in 2000 het onderwerp van zwaar gezichtsverlies voor Ford. Er waren al honderden ongevallen mee gebeurd die Ford weet aan slechte banden. Onder druk van de massale media-aandacht riep Ford 13 miljoen van die banden, die overigens van Bridgestone kwamen, terug, wat de autobouwer $ 3 miljard (€ 2,36 miljard) kostte. In mei 2001 liet Bridgestone Ford vallen als klant. Na een overheidsonderzoek bleken de banden inderdaad de hoofdoorzaak van de ongevallen te zijn.
Eind jaren '90 waren verschillende autoconcerns, waaronder GM en FIAT, geïnteresseerd in Volvo. Uiteindelijk won Ford de strijd en in 1999 nam het de Zweedse autobouwer over voor $ 6,45 miljard (€ 5 miljard). Dat kon er toen nog af daar Ford dat jaar nog $ 6,57 miljard of zo'n € 5,17 miljard winst maakte. Volvo betekende een versterking van Ford in de markt van luxeauto's en het was de bedoeling dat zou worden samengewerkt met de andere luxemerken, met name Lincoln en Jaguar.
In 1994 nam BMW de Rover Group over en nam daarmee ook Land Rover in huis. In 2000 verkocht het die laatste aan Ford Motor Company. Het terreinwagenmerk werd in de in 1999 opgerichte Premier Automotive Group ondergebracht en is sindsdien vrij succesvol geweest.
Op 30 oktober 2001 nam William Clay Ford de positie van CEO over en had Ford voor het eerst in meer dan 20 jaar weer een lid van de Ford-familie aan het hoofd.
The Way Forward (De Weg Vooruit)
In het begin van de 21e eeuw ging het financieel niet goed met Ford. Daarom werd besloten tot een reorganisatie, Bold Moves (Grote Stappen) genoemd. Deze reorganisatie kreeg de naam, The Way Forward (De Weg Vooruit). Doelstelling van deze reorganisatie was het reduceren van vaste kosten. Als gevolg daarvan werden vele fabrieken gesloten en ook tienduizenden banen kwamen te vervallen. Door de kredietcrisis werd dit programma vanaf 2008 versneld. In 2011 bestaat Ford daardoor alleen nog maar uit de merken Ford en Lincoln. Alle andere merken werden verkocht (Aston Martin, Jaguar, Land Rover en Volvo), opgeheven (Mercury) of het belang werd teruggeschroefd (Mazda). Sinds 2009 maakt Ford weer nettowinst.
Ford Mustang
De Ford Mustang is een van de meest in het oog springende modellen van het Amerikaanse autobedrijf Ford. Het eerste exemplaar rolde op 9 maart 1964 van de productieband en sindsdien zijn er zeer veel van verkocht. Wat de auto zo succesvol maakte, was zijn sportieve uiterlijk en zijn lage prijs: 2300 dollar. De Mustang wordt nu nog steeds geproduceerd en is in de VS nog steeds zeer populair. Dat komt omdat zijn prijs vergeleken met soortgelijke auto's, met circa 20.000 dollar erg laag is.
Ook in Nederland werd de Mustang in de jaren '60 relatief goed verkocht. De Mustang werd van ongeveer 1965 tot 1967 ook in Nederland geassembleerd, in de Nederlandse Fordfabriek in Amsterdam, Amsterdam Assembly. Ook het huidige model Mustang wordt in Nederland verkocht, hoewel niet volgens de officiële kanalen, Ford Nederland of bijvoorbeeld Hessing, maar via grijze import.
 
 
 
bottomimg1